Lancaster PB303

Home  Pagina 1  Pagina 2  Pagina 3


Om nooit te vergeten ! De zeven omgekomen bemanningsleden. Flying officer Lesley Perry Sgt. Alfred Harris en echtgenote Kate FO John Smith Arthur & Lillian Smith Ouders van FO John Smith

Mr. Gordon Smith uit Aylesbury begon met verzamelen van gegevens over deze crash. Dankzij hem kreeg ik de beschikking over veel feiten en begon ik ook met het onderzoek. Een deel van die informatie is in deze website verwerkt. Helaas is hij in juni 2012 overleden

In augustus 2000 heeft Mr Gordon Smith, een neef van bommenrichter Flying Officer John Smith, contact  gezocht met mij. Deze man was op zoek naar meer gegevens over het vliegtuig, de plaats van de crash enzovoorts. Zijn vragen waren voor mij aanleiding om een onderzoek te starten naar de details van de crash.

Via verschillende, vaak zeer boeiende telefoon-

gesprekken  en met hulp van het gemeente archief

van Bergen op Zoom ben ik op het spoor gekomen

van al deze gegevens.


Na de bevrijding van heel Nederland kwamen familieleden  van hier gesneuvelde en

begraven militairen  naar Nederland om de graven van hun zonen of broers te bezoeken.

Zo kan ik mij herinneren dat de ouders van Flying Officer Lesley Perry en van Flying Officer John Smith en de echtgenote van Sergeant Alfred Harris  in Bergen op Zoom

zijn geweest. Zij hebben toen bij onze familie gelogeerd. En hebben we samen met de familieleden bij die gelegenheden de verschillende keren de graven  van hun zonen/echtgenoot op de Canadese oorlogs begraaf-

plaats bezocht.




Jammer genoeg zijn veel van de contacten op den duur verwaterd en van enkele families werd er na enige tijd niets meer vernomen. Alleen Mrs Sheila Burnett uit Taunton, nicht van FO Perry correspondeerde nog met mijn moeder en correspondeert nu nog steeds met mij, omdat ik de adoptie van al die oorlogs-graven bij wijze van spreken “geërfd” heb na het overlijden van mijn moeder.


Mijn moeder heeft lang gecorrespondeerd met verschillende families van deze oorlogsslachtoffers. Jammer genoeg kon zij zelf geen Engels spreken en schrijven, daarom schreef zij eerst een brief in het Nederlands om die dan door een kennis, die het Engels wel machtig was, te laten vertalen. Zij schreef dan persoonlijk deze vertaling weer over en verstuurde de brief naar de families in Engeland.

De brieven die ze terug kreeg liet ze dan weer door de kennis vertalen in het Nederlands.


Eigenlijk startte mijn onderzoek al eerder, in 1998.

Tijdens onze vakantie in Yorkshire, Engeland kwam ik toevallig via mijn amateur-radiostation in contact met Mr. Gordon Rutherford (een ex Spitfire piloot) uit Kingston upon Hull. Tijdens dat gesprek  vroeg ik Mr.Rutherford hoe ik aan gegevens kon komen over dit vliegtuig en zijn bemanning. Mr. Rutherford vroeg mij de gegevens die ik

had naar hem op te sturen, zo kon hij in de archieven van de Royal Air Force  proberen te achterhalen waar het vliegtuig vandaan kwam en waar het neergestort was.

Bijna een jaar later kreeg ik een brief met gegevens over dit vliegtuig waaruit bleek (letterlijk) dat het vliegtuig in “STEENBERGEN (ZUID HOLLAND, 8 km NW of  ROOSENDAAL)”  was neergestort.

Daarom ben ik mijn naspeuringen in Steenbergen  begonnen.


Toen na de bevrijding het Nederlandse Oorlogsgraven Comité adopties van oorlogsgraven mogelijk maakte, adopteerde mijn moeder, Mevrouw Jane Goossens 8 graven, waaronder de graven van deze 7 bemanningsleden. Het Oorlogsgraven Comité bedacht deze adoptie omdat  de Nederlandse bevolking dankbaarheid wilde uiten voor de herkregen vrijheid. De families van de oorlogsslachtoffers

konden op deze manier een zekere troost putten uit het medegevoel van de adopterenden.


Op 1 November 1944 vertrok om 14.05 uur van de Engelse Royal Air Force vliegbasis Metheringham (10 km van de plaats Lincoln)

een viermotorige Lancaster bommenwerper met registratiecode PB303 en het squadron kenmerk  ZN-R voor een

bombardementsmissie naar Homberg in Duitsland. Zij moesten daar, tezamen met 19 andere bommenwerpers van hetzelfde

squadron en met meerdere squadrons een fabriek voor synthetische olie bombarderen.

Tijdens de missie zagen inzittenden van andere bommenwerpers van het eskader dit vliegtuig de formatie verlaten en omlaag in de wolken verdwijnen. Waarschijnlijk zijn ze door afweergeschut geraakt, want voordat het vliegtuig in de wolken verdween, is waargenomen dat de uiterst linkse motor verdwenen was en dat de romp ernstig beschadigd was. Er is door een van de andere toestellen een foto gemaakt waarbij deze schade duidelijk zichtbaar was, ook de bomdeuren waren

open. Dus zijn de bommen afgeworpen.

Niettemin hebben ze toch nog ongeveer 3 kwartier kunnen vliegen en zijn ze op de terugweg richting basis gegaan.

Rond 17.00 uur werd dit vliegtuig brandend waargenomen boven West Brabant (ongeveer 5 km van  Bergen op Zoom). Kort daarop stortte het neer, dicht bij het dorp Lepelstraat. Het kwam neer in een akkerland aan de Heenweg, (pos. N 51°32’24,4’’ E 004°15’23’’) niet ver van de boerderij, die toen eigendom was van Dhr. Schot, waarbij het vliegtuig

zich diep in de leemachtige grond boorde. Hierbij kwamen alle zeven bemanningsleden om het leven.

Oorspronkelijk heeft er op de plaats van de crash een wit kruis gestaan, met opschrift “7 unknown airmen – killed 1 nov 1944”


Bij een onderzoek in 1945 bleek dat burgers verteld hadden, dat er op die plaats een geallieerde bommenwerper was neergestort en dat er door de RAF een lichaam was meegenomen en dat de andere 6 lichamen nog steeds in de resten van het vliegtuigwrak moesten zijn. Het lichaam dat door de RAF was meegenomen, bleek van FO Lesley Perry te zijn. Hij werd in het tijdelijke ereveld op Plein 13 (tegenover nu Hotel Tulip Inn) begraven. Op 6 juni 1945 werd hij herbegraven op het Bergen op Zoom Canadian War Cemetery aan de Wouwseweg (nu Ruytershoveweg).


In september 1945 werd de opdracht gegeven om de lichamen vanuit het wrak te bergen, zodat ze een fatsoenlijke begrafenis

konden krijgen.

Na eerst gegraven te hebben tot 6 feet (ong twee meter diep) werd er een bulldozer ingezet die dieper kon graven.

Op 15 feet diepte (bijna 5 meter) werd het vliegtuig gevonden en werden er 6 lichamen geborgen. Één lichaam kon geïdentificeerd

worden als F/Sgt C.E. Bayliss. De andere vijf bemanningsleden zijn begraven in een gezamenlijk graf op de Canadese begraafplaats.



Foto van de beschadigde bommenwerper.